Arme banken – arme fondsen

Het gaat de banken de jongste jaren niet echt voor de wind. Sinds 2008 zijn er veel wonden gelikt en kapitaalbuffers gerepareerd. De jongste perikelen met Deutsche Bank hebben bovendien pijnlijk duidelijk gemaakt dat banken ook vandaag nog niet de solide rotsen zijn die ze ooit geweest waren. Om van Optima nog maar te zwijgen.

Deze week maakt ook BNP Paribas Fortis (hoeveel namen kan je hebben als bank?) bekend dat het 40 kantoren in ons land gewoon dicht doet. En ook ING i een behoorlijke herstructurering bezig. Als alles via internet loopt, waar heb je dan eigenlijk nog bankkantoren voor nodig? Of überhaupt de banken zelf? Links, rechts, onder en boven knabbelen nieuwe internetspelers aan het businessmodel van de banken. En alle nieuwe reglementering helpen ook niet.

Arme banken

Ik was deze week op vraag van een oudere klant op de thee bij de bank. Ze had in haar leven 300.000€ gespaard en die altijd via Fortis en haar kasbons belegd. Leuk in de jaren 70 en 80. Toen kreeg je nog makkelijk 10%+ op je kasbons. Maar de laatste jaren was het beestje mager geworden. Ze had bij de bank over de jongste 5 jaar minstens 8 “beleggingsadviseurs” gehad en had altijd trouw de adviezen gevolgd. De twee jaren met als resultaat +1.5, +1.2 en -0.9%. Niet echt om over naar huis te schrijven.

Oei. Is dat alles wat mijn investering nog opbrengt?

Oei. Is dat alles wat mijn investering nog opbrengt?

De man van de bank was vriendelijk. “Tja, mevrouw. ’t Zijn moeilijke tijden voor beleggers. En onze fondsen brengen nog altijd beter op dan een spaarboekje, nietwaar?” En verder een advies om twee van de fondsen in te wisselen voor twee andere fondsen. “Oh ja, en in november vervalt er weer een spaarproduct van 25.000€. Waar gaat u dat investeren, mevrouw?”

De man heeft helaas zelf weinig keuze. Ondanks een ontploffing in mogelijke investeringsproducten, mag en kan de bank slechts een heel beperkt gamma producten verkopen. Stel je voor dat er iets fout gaat en de klant vindt dat de risico’s niet goed uitgelegd waren… Dan kan je de boel wel sluiten. En ook de bank moet iets verdienen, natuurlijk. Er moeten salarissen en kantoren betaald worden. En dus krijgt de klant een rist eigen fondsen voorgeschoteld. Allemaal heel voorzichtig. Uiteraard allemaal van de bank zelf en allemaal met leuke instap-, uitstap- en beheerskosten. Hou zo een fonds een jaar bij en je hebt makkelijk 4% kosten betaalt. En je houdt er zelf misschien 1% aan over.

Je kan het de banken uiteraard niet kwalijk nemen. Je kan de bakker niet verwijten dat hij geen vlees verkoopt. Maar het brood is er de jongste jaren niet op verbeterd…. Beetje droog geworden.

Beter investeren dan fondsen

Geen wonder dus dat de banken de strijd om de investeerder aan het verliezen zijn. De traditionele, supertrouwe klanten sterven uit. Nieuwe klanten vinden veel betere investeringen op het internet of – beter nog – rechtstreeks bij de ondernemer. Zonder dat daar veel banken, beleggingsadviseurs, fondsenbeheerders en wealth managers bij te pas komen om een groot deel van de – al magere – opbrengst af te romen.

Een verloren strijd dus voor de banken. En alweer een inkomstenstroom minder om al die salarissen te betalen. De beleggingsadviseur en de fondsenmanagers zien hun werk vervangen door investeringsplatformen en softwareprogramma’s. Jammer voor hen. Maar moeten we daar als investeerders rouwig om zijn?

De dame in kwestie heeft 100.000€ van haar fondsen verkocht en er een stukje Engels vastgoed mee gekocht. Met haar 8% huurgeld houdt ze daar maandelijks een kleine 700€ aan over, zonder haar kapitaal aan te spreken. De rest blijft (voorlopig nog) in bankfondsen. De bank heeft nog even respijt.

Maar op lange termijn ziet het er allemaal niet zo rooskleurig uit voor de banken en hun beleggingsadviseurs. Misschien moeten we die bankaandelen toch maar verkopen?

Lees ook